Klantenservice
Stage handboek
1. Opleidingen en stagelopen in Nederland
Nederland kent een aantal verschillende opleidingen en opleidingsniveaus. Niet bij iedere opleiding is het verplicht om een stage te lopen. Of je wel of niet een stage moet lopen, is afhankelijk van de opleiding die je volgt.
Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs (VMBO)
Ongeveer 60% van alle middelbare scholieren gaat naar het VMBO. Binnen het VMBO staan twee verschillende leerwegen centraal, de praktische leerweg en de theoretische leerweg. De stage vormt vooral een belangrijk onderdeel voor de praktische leerweg, omdat je via de stage kennis maakt met een aantal mogelijke beroepen voor de toekomst. Na het behalen van je diploma kan je een opleiding op MBO-niveau volgen.Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs (HAVO) & Voorbereidend Wetenschappenlijk Onderwijs (VWO)
Ongeveer 40% van alle middelbare scholieren in Nederland volgt een opleiding op HAVO of VWO-niveau. Deze opleidingen zijn theoretischer ingesteld dan een VMBO-opleiding en bereiden je voor op een vervolgopleiding op HBO- of WO-niveau. Voor deze opleidingsniveaus is het niet verplicht om een stage te lopen en dit komt dan ook maar heel weinig voor.Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO)
Verreweg het grootste gedeelte van de Nederlandse studenten volgt een MBO opleiding. Ook op het MBO vormt de stage een belangrijk onderdeel van de opleiding. Bij het MBO beslaat de stageperiode ongeveer 20% van de totale duur van de opleiding. Vaak lopen de studenten meerdere stages verspreidt over een aantal jaren. Deze stages variëren van een snuffelstage in het eerste jaar tot een meewerkstage in het laatste jaar. Voor een eerstejaars MBO-student vormt de stage in de eerste plaats een kennismaking met de gang van zaken bij een bedrijf of instelling; laatstejaars krijgen meer gespecialiseerde opdrachten.Het MBO kent twee verschillende leerwegen: De BeroepsOpleidende Leerweg (BOL) en de BeroepsBegeleidende Leerweg (BBL).
BOL opleiding
Bij een BOL opleiding gaan de studenten in principe 5 dagen per week naar school. De stage vormt 20% van de totale opleidingstijd. 80% van de opleiding wordt dan ook gevormd door de theorie.
BBL opleiding
Bij een BBL opleiding bestaat het grootste gedeelte van de opleiding uit de praktijk: minimaal 60% van de tijd wordt besteed aan het krijgen van praktijkervaring. De studenten werken 4 dagen in de week en gaan voor de theoretische aanvulling nog 1 dag per week naar school.
Stage lopen bij een erkend leerbedrijf
Als MBO-leerling moet je stage lopen bij een erkend leerbedrijf. Een erkend leerbedrijf heeft een positieve beoordeling gehad van het Kenniscentrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Dit houdt onder meer in dat er binnen het leerbedrijf geschoolde begeleiders aanwezig zijn die jou goed kunnen begeleiden bij je stage.
Hoger Beroepsonderwijs (HBO)
Het HBO behoort samen met het WO tot het Hoger Onderwijs. Bijna tweederde van alle studenten studeert in het Hoger Onderwijs. Doordat meer studenten in het Hoger Onderwijs studeren, kunnen de hogescholen beter voorzien in de groeiende vraag naar hoger opgeleiden. Met een HBO- Bachelordiploma is het mogelijk om een Masteropleiding in het HBO of WO te gaan volgen.
HBO-studenten moeten tijdens hun opleiding meerdere stages lopen. Zo dient iedere student een meewerkstage te hebben gelopen, waarbij een student een aantal maanden actief meedraait binnen een organisatie. De opleiding wordt afgesloten door middel van een afstudeerstage, waarbij de student zich richt op een specifiek probleem/onderzoek voor de betreffende organisatie, hier een verslag over schrijft en zijn/haar aanbevelingen presenteert aan het bedrijf.
Wetenschappenlijk Onderwijs (WO)
De Nederlandse universiteiten verzorgen kwalitatief hoogwaardig onderwijs en verrichten onderzoek in alle disciplines. De Nederlandse universiteiten publiceren veel artikelen die over het algemeen veel wetenschappelijke invloed hebben. De studenten komen tijdens hun studie in aanraking met nieuwe wetenschappelijke inzichten en doen zelf wetenschappelijk onderzoek. Samen met de hogescholen vormen de universiteiten het hoger onderwijs in Nederland. Nederland heeft veertien door de overheid bekostigde universiteiten.
Het lopen van een stage is niet verplicht bij een WO-opleiding. Alleen als de student het zelf wil hoeft hij/zij een stage te lopen. Sinds de invoering van de Bachelor-Masterstructuur (kortweg BAMA) wordt het wel steeds gebruikelijker dat studenten een onderzoeksstage doen in hun laatste studiejaar.
Bachelor-Masterstructuur (BAMA)
De BAMA is een nieuw onderwijssysteem dat in 2004 is ingevoerd op het HBO en WO. De bedoeling van de BAMA-structuur is om tot internationale vergelijkbaarheid te komen, zodat de opleidingen meer op elkaar lijken, beter op elkaar aansluiten en het voor studenten makkelijker wordt om in het buitenland verder te studeren.
Door de invoering van de BAMA-structuur worden er in het Hoger Onderwijs twee soorten opleidingen onderscheiden, namelijk de Bachelor-opleidingen en de Master-opleidingen. De Bachelor-opleiding volgt op een opleiding op MBO of HAVO niveau en valt dus te vergelijken met een HBO-opleiding. De Master-opleiding volgt op een Bachelor-opleiding.
In het oude onderwijssysteem haalden de studenten in het eerste jaar een Propedeuse. De Propedeuse zorgde er op het HBO voor dat de studenten konden overstappen naar een opleiding op universitair niveau. Op het WO diende de Propedeuse meer als oriëntatie en selectie. In de nieuwe BAMA-structuur blijft de Propedeuse gewoon bestaan. De Propedeuse blijft voor HBO-studenten toegang geven tot de universiteit of tot een andere opleiding.
Verschil HBO en WO Bachelors | |
| HBO Bachelors | WO Bachelors |
| Meer beroepsgericht georiënteerd | Meer wetenschappelijk georiënteerd |
| De opleiding duurt vier jaar | De opleiding duurt drie jaar |
| HBO Masters | WO Masters |
| Meer beroepsgerichte oriëntatie | Meer wetenschappelijk georiënteerd |
| Niet bekostigd door de overheid | Sommige opleidingen wel bekostigd |
<< vorige | index | naar boven | volgende >>


